| Langer dan een week in Ladakh (Annelies and Bernard) |
| |
Door Bernard en Annelies
's Morgensvroeg worden we in onze huisboot gewekt door onze chauffeur. Het is nu 6 uur, en we zijn nog niet goed wakker. Uiteindelijk vertrekken we van de taxi stand, na eerst nog 4 medereizigers op te pikken, om 8 uur richting Sonagar, waar we twee uur moeten wachten tot de baan richting Kargil opent (deze bergpas is 1 richtingsverkeer en verandert halverwege de dag van richting). Intussen hebben we al onze eerst checkpoint doorkomen, de eerste van vele op deze tocht.
Onderweg richting Kargil komen we 't een en 't ander tegen. Zo zijn er geiten en een Buddhistische tempel (Ladakh is hoofdzakelijk Buddhistisch), en dat allemaal temidden een overweldigend berglandschap. We overnachten in Kargil, wat ook de eindstop van onze chauffeur is. Gelukkig ontmoeten we dezelfde avond nog twee Ladakhi gasten die in hun supersjieke jeep richting Leh moeten, waarmee we de volgende dag mee kunnen voor een zacht prijsje. Dus we vervolgen onze tocht in de luxe van een volledige achterbank voor ons alleen.
Na onze laatste checkpoint arriveren we uiteindelijk in Leh, om 3 uur in de namiddag van de tweede dag. Leh is een oude gezellige stad, met veel kleine steegjes. We nemen daar ons verblijf in het gezellige Bimla hotel, waar onze kamer uitzicht geeft op een grote groententuin, inclusief koe natuurlijk.
Het leven in Leh is vermoeiend, zelfs als we de hele dag niets anders doen dan eten, slapen, boeken lezen (voor Bernie) en computerspellekes spelen (voor mij). De eerste dagen komen we al buiten adem elke keer we onze kamer bereiken omdat we daarvoor 2 trappen moeten beklimmen. Door het gebrek aan zuurstof op deze hoogte zijn we dus sebiet pompaf. Gelukkig is er tussen de twee trappen door een gezellig teras waar we altijd een half uur kunnen uitrusten. Onze dagelijkse uitstap beperkt zich tot de winkeltjes en de groentenmarkt, waar we verse erwtjes kopen. Na enkele dagen luieren, zijn we gewoon geworden aan de lucht en willen we eens de omgeving verkennen. Te voet lijkt ons dat nog altijd net ietsje te vermoeiend wegens het bergachtige landschap en dus besluiten we om een motor te gaan huren. Gelukkig moet Bernie zijn rijbewijs niet tonen (want dat heeft hij niet) en mag hij onmiddelijk aan de proefrit beginnen. Jammergenoeg geraakt de proefrit niet verder dan 2 meter. We besluiten dan maar om de volgende dag de bus te nemen.
Deze bus brengt ons tot Tikshay, een gompa (Buddhistisch klooster) op 17km van Leh verwijderd. Onze bus neemt nogal wat binnenweggetjes, dus we zijn al serieus bestoft tegen dat we daar zijn. Na de berg te hebben beklommen (alle gompa's liggen tegen een bergwand gebouwd, uitkijkend over de aanpalende dorpjes), bezoeken we dit typisch klooster, wat ons natuurlijk een adembenemend uitzicht oplevert over de vallei. In de gompa staat er een beroemd, 12m hoog beeld van Buddha, met daaronder de traditionele offerboom. Terug beneden aangekomen genieten we van onze lunch in het restaurant van de gompa. We beslissen de 4km naar het paleis van Shey te voet af te leggen, aangezien we dit via een shortcut dwars door de velden kunnen doen.
Onderweg zien we hoe men hier nog altijd op de ouderwetse manier bakstenen maakt. We komen ook een kudde ezels tegen, die maar al te graag geaait worden. Na nog een riviertje te hebben overgestoken komen we aan bij het Shey Palace.
Dit paleis is natuurlijk mooi met de typische gebedsvlaggetjes versiert, en ook de gebedswielen ontbreken niet. Verder blijkt dit paleis niet meer dan een hoop stenen te zijn, dus ik blijf lekker zitten, terwijl Annelies wat halsbrekende pogingen onderneemt om nog iets anders te vinden dat de moeite waard is.
Uiteindelijk liften we onze weg terug naar Leh, waar een warme douche wacht om het stof van ons af te spoelen. Na nog twee dagen van het leven te genieten besluiten we een wandeltocht te ondernemen.
Maandagochtend. Zoals bij elke gezonde werkmens op maandagochtend, loopt onze wekker al vroeg af en draaien we ons nog es om voor 5 minuten. Vandaag staat een drie-uur durende wandeling door een Tibetaans bergdorpje gepland. We eten een Frans-Engels ontbijt in The German Bakery: croisants, chocoladebroodjes, chocolademelk, eitjes, donut,... en dat allemaal voor de prijs van een brood. Na ons overheerlijk ontbijt, ontmoeten we onze gids, 2 Amerikanen en 2 Zuid-Koreanen die samen met ons op wandel zullen gaan. Na een busrit van een uur bereiken we Chopsy. Gelukkig dat we dat stuk niet te voet moeten afleggen, alhoewel we er misschien wel sneller waren geraakt. We maken vanaan de busstop een 'lange' wandeling (van toch wel 1km) tot aan het zomerverblijf van de Dalai Lama. Normaal gezien mogen toeristen niet binnen, maar omdat wij zo toffe mensen zijn, mogen we dat natuurlijk wel. Binnenin is er een puja-ruimte, een zaaltje waar hij les geeft, een studieruimte, ... Ik had me een zomerverblijf toch eerder met zwembad en bubbelbad voorgesteld. Daarna krijgen we de typische Tibetaanse thee aangeboden in het guesthouse waar al het personeel van de Dalai Lama verblijft. Voor mij smaakt het naar gezoute boter, maar de Koreaan vindt het in ieder geval heel lekker. Daarna trekken we verder naar het Tibetaanse vluchtelingenkamp, bezoeken er een typisch Tibetaans huis en de school. En daarna komen we (na toch alweer een kilometer wandelen uit bij een restuarant, alwaar we na deze toch wel heel zware wandeling uitgebreid dineren en daarna de bus terug huiswaarts nemen. |
| By Annelies and Bernard on 2005-07-04 |
| Modify |
| Add post |
| |